Tussen broers
In de documentaire Tussen broers filmt Tom Fassaert zijn vader en diens broer; twee mannen met een ingewikkelde en verbonden geschiedenis. In hoeverre herhaalt de familiedynamiek zich in de generaties daarna?
Een film alweer, omdat ik deze aangeboden kreeg via de NVRG. Een Nederlandse film over twee broers van in de 70; Tussen broers. Tom Fassaert brengt zijn vader in beeld en diens broer. Twee mannen met een ingewikkelde en verbonden geschiedenis. In 2015 maakte Tom ook een documentaire over zijn familie, destijds over zijn 95 jarige grootmoeder (de moeder van de broers waar deze film over gaat). Zijn grootmoeder heeft haar zoons in hun jeugd in een kindertehuis achtergelaten om zelf als fotomodel in Zuid Afrika te gaan werken. Ik herinner me deze intrigerende film nog (A family affair, te zien op NPO).
Nu zien we door de lens van Tom zijn oom René in zijn volgestouwde huis. Hij beweegt zich langzaam en met mate, meer is niet mogelijk door de hoeveelheid aan spullen. Zijn broer Rob komt met grote regelmaat langs en stimuleert René om op te ruimen. Rob is gepensioneerd psycholoog. René komt over als een gemankeerde man. Met verbazing kijk ik naar Rob die met goede moed zijn broer aanstuurt om spullen weg te doen en René meeneemt in zijn overtuiging dat een opgeruimd huis beter leefbaar is. René is hier duidelijk niet van overtuigd.
Langzaam ontrolt zich de beladen geschiedenis van de twee mannen. Een moeder die ze al snel in de steek laat, een vader die dat voorbeeld later ook volgt. Jaren in een kindertehuis, later weer bij moeder en diens partner op zolder levend. Wanneer Rob dan zijn eigen leven gaat leven, vereenzaamt René. Hij wordt opgenomen in een gesloten kliniek. De enige die zich over hem ontfermt is ‘die trouwe Rob’, zoals we René horen zeggen.
De ene broer blijft uitreiken en zorgen voor de andere broer. René lijkt dat zowel bemoeizuchtig als beschermend te ervaren. Het beschermt hem waarschijnlijk wel voor een dood zoals die van zijn vader. Deze vader wordt door de mannen gezocht, op initiatief van Tom. Tegen het einde van de film is de scene waarbij ze zoeken in een grasveld naar de laatste rustplaats van hun vader symbolisch voor hun leven; waar waren hun ouders?!
Tom stelt zich in de documentaire de vraag in hoeverre de familiedynamiek zich herhaalt. Zijn vader heeft hierin een verschil gemaakt door betrokken te blijven bij zijn broer, iets wat in de vorige generatie niet is gebeurd. Tom zelf stelt deze vraag echter boven de wieg van zijn kind met de uitspraak dat de toekomst deze vraag zal beantwoorden. De vraag die voor mij open blijft is die over de generatie ertussen; hoe is het tussen Tom en zijn vader? En hoe is het tussen Tom en zijn brussen? Ik zou graag kijken naar een volgende documentaire over Tom zelf; hoe onderhoudt hij zijn familiebanden? Kan hij het anders doen dan de generaties voor hem?
https://npo.nl/start/video/a-family-affair_2/meer-informatie
Autisme hoort erbij
Door te laten zien hoe iemand met autisme de wereld beleeft, wordt zichtbaar hoe inclusief onze samenleving is. In hoeverre mag je afwijken van de norm? De film Kain laat je dat ervaren.
Op 2 april is het Wereld Autismedag en rondom die dag is er meer aandacht voor het onderwerp autisme dan gewoonlijk. De makers van de film Kain zijn zich hier zeker bewust van geweest. Deze Nederlandse film, over een man met autisme, is namelijk vanaf 2 april in de bioscoop te zien.
De makers hadden voor ogen om een romantische feelgood film te maken die tegelijkertijd inzicht geeft in het leven van iemand met autisme. En in plaats van erover te vertellen, heeft de acteur die de hoofdpersoon speelt, zelf autisme. Het zijn dus niet de deskundigen die ons meenemen in hoe dit werkt, maar we leven het leven als het ware met de hoofdpersoon mee.
Door te laten zien hoe iemand met autisme de wereld beleeft en begrijpt, wordt zichtbaar wat de mate van inclusiviteit van onze samenleving is. In hoeverre mag je afwijken van de norm? Wat als je omgangsnormen anders interpreteert? Wat vinden we eigenlijk ‘gewoon’? Wie accepteren we en wie sluiten we buiten? Wie laten we meedoen en wie staat er aan de kant?
De makers pleiten voor een samenleving waarin een ieder kan zijn zoals hij of zij is. Waarin verschillen mogen bestaan en we van elkaar kunnen leren. Door deze tragikomische film willen ze dat op een prettige en uitnodigende manier overbrengen. In de hoop dat we neurodivergente mensen zien als ‘we zijn allemaal samen en we verschillen van elkaar’ in plaats van ‘ze wijken af van onze norm’.
De trailer ziet er goed uit en belooft een mooie cast. Laten we gaan kijken hoe de wereld van Kain werkt!
Licht doet leven
Na een paar dagen zon wordt het effect van grijs weer ineens voelbaar. Daglicht blijkt een veel grotere invloed te hebben op energie en stemming dan veel mensen denken.
Onlangs las ik een artikel over het belang van daglicht. Nu ik net genoten heb van twee dagen zon in de Ardennen en eenmaal thuis weer overvallen wordt door het sombere grijze weer, pak ik het artikel er weer bij. Het is niet iets wat ik mij wijsmaak; dat ik me beter voel met voldoende zonlicht, dat is inmiddels wetenschappelijk aangetoond. Jaren geleden al heb ik een daglichtlamp aangeschaft zodat ik elke ochtend in elk geval start met licht. Ook de fietstochtjes naar werk dragen bij aan het krijgen van voldoende daglicht.
Naar buiten gaan blijkt zeer effectief, zelfs op dit soort grijze dagen. Op een zonnige dag kan de verlichtingssterkte 100.000 lux zijn. In de schaduw is hier nog minstens 10.000 lux van over. Op een sombere dag blijft er 1000 lux over. Dat lijkt heel weinig en als ik zelf op zo’n dag binnen zit, neigt dat dan ook helemaal niet tot naar buiten gaan. Maar, binnen moeten we het meestal doen met 300 tot 500 lux. Het loont dus vrijwel altijd om wel naar buiten te gaan, omdat je zeker meer licht zult opvangen dan wanneer je binnen blijft.
Elk mens is afhankelijk van zonlicht, maar de een is er meer gevoelig voor dan de ander. Ongeveer 3 procent heeft last van een echte winterdepressie en nog eens 8 procent ervaart een winterdip. Met dat we met zijn allen steeds minder buiten komen, zouden er zomaar meer mensen last kunnen hebben van het krijgen van te weinig licht. Voor degene die gevoelig zijn voor een winterdepressie is behandeling met een daglichtlamp binnen de GGZ mogelijk. Met de sterke lampen die men daar heeft, knapt tweederde van de mensen binnen 5 dagen op. Wanneer dit bij beginnende stemmingsklachten gebeurt, is snel herstel mogelijk.
Mocht je net als ik last hebben van een winterdip, begin dan in september al met een daglichtlamp. Elke ochtend je ontbijt voor de lamp, dat licht de dag op! Wees je bewust van de hoeveelheid daglicht buiten, ook op grijze dagen. Dus wel naar buiten gaan, neem de fiets, ga een blokje om. Zet je bureau bij het raam, laat lekker veel licht in je kamer vallen. En, het komt altijd weer goed, lang leve het voorjaar!
Moed
Ik zag een prachtige voorstelling van Mahfoud Mokaddem over kansenongelijkheid in het onderwijs. Daar waar hij jongeren hoort en hen uitnodigt zich te laten zien, vraagt het onderwijs dat deze jongeren getoetst en beoordeeld worden.
Eerder dit jaar zag ik een prachtige voorstelling over kansenongelijkheid in het onderwijs: Moed. Hierin neemt Mahfoud Mokaddem ons mee de klas in. Hij is acteur en docent op een MBO school. Hier probeert hij de jongeren te leren over het leven, probeert hij ze een plek te geven. Dit met zijn eigen ervaringen als drijfveer; niet gezien worden op school, niet gezien worden in de samenleving. Alleen op het podium schetst hij voor ons een aantal van zijn leerlingen en neemt ons mee in hun leven en in hun belevingswereld.
Je voelt dat hij deze jongeren en hun wereld kent. Het is niet een verhaal over de jongeren, het zijn levens waar je in wordt meegenomen. En hij neemt ons mee in zijn eigen leven met zijn eigen worstelingen. Daar waar hij jongeren hoort en steunt, uitnodigt om zich te laten zien, daar vraagt het onderwijs dat deze jongeren getoetst en beoordeeld worden. Dit botst en schuurt en maakt van Mahfoud opnieuw een buitenstaander in het systeem.
Het doet denken aan het recente advies van De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving; Op de rem. Hierin wordt gepleit voor het verminderen van prestatiedruk, het tot rust brengen van de hypernerveuze samenleving. Waar ook het onderwijs deel van uit maakt, met vele toetsen en hoge verwachtingen. Mahfoud zou dus meer steun moeten krijgen; we willen als samenleving deze jongeren meer zien, meer tot rust laten komen, zodat ze zelf tot ontwikkeling kunnen komen. Wellicht heeft de voorstelling aan de ontwikkeling van het advies bijgedragen. Al anderhalf jaar lang is deze inmiddels door het hele land gespeeld. Een oproep om voor elkaar te zorgen, ongeacht wie de ander is. Zonder dwingend kader, met een open hart!
Wat als opa en oma anders opvoeden dan jij?
Met journalist Martijn Mak ging ik, voor een artikel in het Leidsch Dagblad, in gesprek over het verschil in opvoeden door ouders en grootouders.
Met journalist Martijn Mak ging ik, voor een artikel in het Leidsch Dagblad, in gesprek over het verschil in opvoeden door ouders en grootouders. Lees hieronder een weergave het interview.
Van oma mag alles, wat moeder vaak verbiedt, zingt Corry Konings. Natuurlijk mogen grootouders hun kleinkinderen in de watten leggen: verwennen met wat lekkers, extra schermtijd of laat opblijven. Maar wat doe je wanneer jouw grenzen als ouder steeds worden overschreden?
We vragen het aan Ymkje Albada, gezinstherapeut met een praktijk in Leiden. Zij benadrukt ten eerste dat westerse opa’s en oma’s in hun kindertijd een meer autoritaire opvoeding hebben gehad dan zij hun kinderen hebben gegeven. „Dat komt kort door de bocht neer op: je doet wat ik zeg, anders krijg je straf.” Door de jaren heen heeft deze stijl echter plaatsgemaakt voor een ander, die overigens wel autoritaire elementen bevat: de autoritatieve opvoeding. “Daarin wordt de stem van het kind meegenomen”.
Opa’s en oma’s kunnen het heerlijk vinden dat zij niet meer primair de taak hebben om kleinkinderen op te voeden, weet Ymkje. Zij kunnen daarom wat makkelijker zijn als het gaat over bijvoorbeeld snoepen, schermtijd, opblijven of cadeautjes. „Alles wat te maken heeft met begrenzing kan leiden tot discussie”, legt ze uit. Voor het geval het verwengedrag echt uit de hand loopt, heeft ze wat tips. In de aanloop naar een goed gesprek, is het wijs om een aantal zaken helder te hebben. „Bedenk of het belangrijk genoeg is om in te grijpen en wat je zelf de belangrijkste begrenzing vindt.”
Ymkje maakt onderscheid tussen grootouders die een of meerdere dagen oppassen en opa’s en oma’s die alleen zo nu en dan voor de gezelligheid langskomen. Met de eerste groep is het belangrijker om afspraken te maken, omdat zij opvoedtaken uitvoeren. „Het is slim om aan het begin even met elkaar aan tafel te gaan. "En om dit overleg bijvoorbeeld ieder jaar een keer te herhalen”, zegt de therapeut. „Zeker als grenzen steeds opnieuw worden overschreden, kaart je dit aan. Zorg dat je als ouders op een lijn zit en spreek dan af met opa en oma. Voer een open gesprek: nodig ze uit om zich over de situatie uit te spreken. Zij moeten het kunnen aangeven als zij iets niet kunnen of willen. "Met die informatie kun je verder.” Gebeurt dat niet, dan gaat er ook niets veranderen. „In de praktijk zie je dat dit soort situaties blijven sluimeren, terwijl behoefte is aan duidelijkheid.”
Dat bij opa en oma veel mag, voegt overigens ook iets positiefs toe aan de ontwikkeling van (klein-)kinderen. „Het is toch fantastisch als zij betrokken opa’s en oma’s hebben, die ervoor zorgen dat zij voelen dat ze erbij horen? Dat kunnen grootouders als de beste, zij dragen immers niet meer de lasten van het ouderschap. "Zij kijken met een andere blik.” De andere kant van de medaille is dat er een grens zit aan verwennen. „Dat moet wel op een acceptabel niveau blijven.”
Tot slot benadrukt Ymkje dat kinderen heel goed kunnen dealen met verschillende opvoedstijlen, als maar duidelijk is welke regels wanneer en bij wie gelden. „Als dat duidelijk is, dan kunnen zij de verschillen wel aan.”
Het artikel in het Leidsch Dagblad kan je hier lezen: https://www.leidschdagblad.nl/extra/lifestyle/wat-als-jouw-ouders-een-andere-opvoedstijl-hanteren-dan-jijzelf-volgens-therapeut-ymkje-zit-er-een-grens-aan-verwennen/110476195.html
Waarom bleef je niet voor mij?
Kinderen die een ouder verliezen aan zelfdoding maken vaak een eenzaam proces door. In de prachtige documentaire ‘Waarom bleef je niet voor mij?’ laat Milou Gevers zien dat dit niet zo hoeft te zijn.
Deze prachtige documentaire is alweer van 2020, dus ik heb er vast eens eerder over geschreven. Nu kwam deze weer op mijn pad, raakte me en is het delen waard. Milou Gevers brengt kinderen in beeld van wie een ouder zichzelf heeft gedood. Milou heeft dit in haar jeugd zelf meegemaakt, wat duidelijk te zien is aan de stop motion filmpjes die tussendoor worden getoond; een verdrietig meisje dat het rouwlandschap doorloopt.
Het meisje denkt de enige te zijn die zoiets overkomt. Dit maakt het een eenzaam proces en is de drijfveer voor het maken van de documentaire; dat kinderen zich er niet eenzaam in hoeven te voelen. Ze was verbaasd dat er zoveel reacties kwamen op haar oproep om hieraan mee te doen. Blijkbaar zijn er veel kinderen die zich er eenzaam in voelen en die het fijn vinden om er in gehoord te worden.
We zien de kinderen vertellen over hoe het voor hen was. We volgen daarmee het meisje in de stop motion filmpjes die langs de landschappen van de rouw loopt. In het Boze bos horen we kinderen vertellen of ze boos zijn op hun ouder, die hen in de steek heeft gelaten. De kinderen vertellen hier openhartig over. Hier lijkt voelbaar dat de documentairemaakster die de interviews met de kinderen doet, hetzelfde heeft meegemaakt. Zij kent het gevoel, tegen haar kun je eerlijk zijn over al je gevoelens. Ze schroomt ook niet om er vragen over te stellen die een ander zou weglaten.
Vervolgens komen we langs de Waterval van tranen (verdriet), de Grote zorgen bergen (angsten), het Spiegelmeer (wat doet het met je), het Nest van herinneringen en het Onbekende terrein (je angsten overwinnen). De focus ligt op de kinderen, we zien enkel een ouder in beeld wanneer het niet anders kan (vooral als er troost nodig is). Hiermee worden de kinderen serieus genomen, het gaat om hun verhaal en hun beleving. Ze kunnen open praten over iets waar ze zelden zoveel ruimte voor zullen krijgen, al was het maar vanwege het ongemak van de omgeving.
De kracht van de documentaire ligt er voor mij in dat het om een intens verdrietig en zwaar onderwerp gaat, dat op een heel gewone manier aandacht krijgt zonder dat dat afdoet aan de ernst ervan. Voor iedereen die de herkenning goed kan gebruiken of om meer begrip te krijgen. In 25 minuten tijd heb je een prachtig inkijkje gekregen.
https://www.npodoc.nl/documentaires/2020/10/waarom-bleef-je-niet-voor-mij.html
De pauze waar je niet naar uitkijkt; de menopauze
De overgang is een periode die vroeger werd gezien als ‘daar moet je doorheen’, nu wordt er beter gekeken naar wat er precies gebeurt en hoe klachten verlicht kunnen worden. Het is tijd dat de overgang niet alleen een onderwerp van vrouwen blijft, maar van ons allemaal.
Op 18 oktober is het de dag van de menopauze ofwel de overgang bij vrouwen. Dan bedoelen we de periode waarin de menstruatie van de vrouw stopt. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor deze periode. Dat is een goede zaak, omdat de overgang gepaard kan gaan met flinke klachten. Waar deze voorheen gezien werden als ‘daar moet je doorheen’ en ‘dat hoort erbij’, wordt er inmiddels steeds beter gekeken naar wat de klachten precies inhouden, wat de impact daarvan is en op welke manier ze verlicht kunnen worden.
Dat doet veel meer recht aan de fase waarin vrouwen zich bevinden en de veranderingen die ze doormaken. De weerslag op het functioneren kan groot zijn, tot aan het uitvallen op werk. Ook op dit vlak is meer bewustwording belangrijk. Het gebeurt te vaak dat vrouwen uitvallen op werk in deze jaren. Er wordt dan gedacht aan psychische klachten, overbelasting of een burn-out. Dit kan ook allemaal aan de orde zijn, dus goede diagnostiek is belangrijk. Maar in die diagnostiek moet de overgang als oorzaak duidelijk meegenomen worden.
Dit zorgt ervoor dat klachten op de juiste manier behandeld kunnen worden. Hormoontherapie kan verlichting geven, weten dat het een tijdelijke periode is geeft uitzicht en het begrijpen van wat er aan de hand is helpt an sich ook al. We kunnen bijdragen aan het meer aandacht geven aan de overgang, door er met elkaar meer over te praten. Het moet een onderwerp van de samenleving worden in plaats van een onderwerp van vrouwen van middelbare leeftijd. Het raakt niet alleen hen, het raakt ons allemaal.
In de podcast De overgang van Human wordt besproken wat de overgang inhoudt, wat er wel en niet mee te maken heeft én hoe dit bij mannen werkt;
https://www.human.nl/op-je-gezondheid/artikelen/de-overgang
durf te zien
Bij de theatertalkshow Durf te zien werd voelbaar hoe groot de impact van seksueel misbruik is. De verhalen lieten zien hoe schaamte en zwijgen extra schade veroorzaken. Pas als we het samen durven te zien, kunnen we misbruik helpen voorkomen.
Onlangs was ik uitgenodigd om mee te gaan naar de theatertalkshow Durf te zien die door Stichting Wij zijn M wordt aangeboden (waarbij dank voor de uitnodiging!). Wij zijn M heeft als doel om het taboe op seksueel misbruik te doorbreken. Dit vraagt natuurlijk aandacht, het gesprek erover, het in de maatschappij brengen. Daarvoor bleek het theater een prima middel. De zaal leek zich gevuld te hebben met betrokkenen, zowel met mensen met persoonlijke ervaringen op dit vlak als met professionals. En voor iedereen leek het genoeg te bieden te hebben.
Vooral de verhalen van Mandy Sleijpen, die oprichter en directeur van de stichting is, gaven herkenning in de zaal. Over de schaamte, het niet willen zien of erkennen van de omgeving, tot de enorme impact die het een leven lang heeft. Dat laatste is wat ik in de praktijk ook vaak merk; elke ervaring met seksueel misbruik heeft een enorme impact op een mensenleven. Daarbij is er natuurlijk een grote variatie in wat iemand is aangedaan, hoe er op gereageerd is en hoe veerkrachtig iemand is. Maar de schade is er, altijd.
Er werd vanuit een breed perspectief naar seksueel misbruik gekeken. Pieter Melsen, die zedenrechercheur is, was ook een van de mensen die de zaal informeerde. Zijn perspectief was weer net iets anders dan dat van het slachtoffer en dat van de hulpverlener. Hij is er in zijn werk op gericht om verhalen van slachtoffers zo goed mogelijk te horen, omdat deze als bewijsvorming dienen. Daarbij herhaalde hij een aantal keren de woorden die hem hierbij het meeste hielpen en die hij ons ook aanraadde te gebruiken als kinderen ons toevertrouwen dat ze (mogelijk) seksueel misbruikt worden; ‘vertel me daar eens alles over’. Daarmee nodig je de ander uit om te vertellen, zonder woorden in de mond te leggen en zonder schaamte mee te brengen.
Ook had Pieter met daders te maken. Hij had de indruk dat daders soms geen idee hadden van de schade die ze hadden aangericht. Hier ontstond een spanningsveld met de hulpverlener, die ervoer dat daders dit ook niet wilden toelaten, ervan weg wilden blijven. Wanneer er echter ook maar een kleine kans is dat daders niet overzien of niet begrijpen welke schade hun gedrag toebrengt, is het zinvol om hierover informatie te geven. En daarvoor is het weer helpend om opener te zijn als maatschappij over dat seksueel misbruik voorkomt, dat het schadelijk is en dat we als maatschappij schade toevoegen door het te verzwijgen. Wij zijn M roept dus op tot openheid. Pas als we het durven te zien met elkaar als samenleving, kunnen we elkaar helpen om het te voorkomen.
AI als raadgever?
AI wordt steeds vaker ingezet als raadgever. Maar hoe zorgen we dat we kritisch en bewust blijven?
Steeds vaker hoor ik van mensen in de praktijk dat ze hun vraag of probleem aan AI hebben voorgelegd. Dit kan gaan om concrete vragen gaan als ‘geef een overzicht van actuele boeken over opvoeding’ tot emotionele vragen als ‘hoe kan ik het beste mijn relatie beëindigen’.
Aangezien ik zelf vaak niet voorop loop met dit soort ontwikkelingen, verbaasde het me in eerste instantie. Waarom zou je je innerlijk blootgeven aan een computer? Of eigenlijk, aan google of een andere internet grootmacht? Anderzijds doe je dat natuurlijk met elke zoekopdracht, vaak meerdere keren per dag. In die zin niets nieuws onder de zon.
Er blijkt echter wel een verschil te zitten tussen de informatie die AI genereert en het zelf doorzoeken van gevonden resultaten op zoekopdrachten. AI (de aanbieder ervan) bepaalt voor je welke informatie gebruikt wordt, welke voorrang krijgt en hoe het verwoord wordt. Met de manier waarop de informatie aan mensen gegeven wordt, ervaren ze deze alsof die van een persoon komt. Een alwetende persoon, want AI bevraagt zichzelf niet, twijfelt niet, geeft wat er gevonden wordt. Daarin schuilt een gevaar. Het wordt ons heel gemakkelijk gemaakt (google geeft tegenwoordig eerst een AI antwoord en daarna de resultaten op een zoekopdracht) om de informatie voor zoete koek aan te nemen. En de koek in het leven is helaas vaak niet zo zoet. De vraag die we stellen kan op vele manieren geïnterpreteerd worden, kan vele verschillende antwoorden opleveren, kan meer twijfel oproepen dan duidelijkheid geven. Dat hoort allemaal bij het leven. Maar niet bij AI.
We zullen AI gaan omarmen in het leven (of doen dat al). Die ontwikkeling is niet tegen te houden. De uitdaging blijft om kritisch te blijven, onderzoek te blijven doen en verder te kijken en te zoeken naar informatie. Onderzoek lijkt echter uit te wijzen dat door het gebruik van AI onze neiging om zelf goed op te letten minder sterk wordt. We worden er minder kritisch en creatief van. Daarmee worden we gevoeliger voor de informatie die AI aanbiedt, welke informatie dat op een gegeven moment ook is.
Blijf dus openstaan voor allerlei informatie. Zoek het op, verwonder je!
zomervakantie
De praktijk is deze zomer gesloten van maandag 21 juli tot en met vrijdag 8 augustus.
Via de website kan je ook in deze periode natuurlijk gewoon contact met ons opnemen. Reageren en je vragen beantwoorden doen wij weer vanaf maandag 11 augustus.
We wensen iedereen een hele fijne zomer toe.
Grutsk
Je moedertaal is de taal die je verwerft in plaats van aanleert. Dus spreek je Fries en zou je het fijn vinden om in je memmetaal in gesprek te gaan; wolkom, praat mar Frysk!
Vele felicitaties ontving ik na mijn vorige blog, die ging over mijn behaalde erkenning als systeemtherapeut en de lange weg die daaraan vooraf ging. Een daarvan raakte mij speciaal, van een jeugdvriendin. Het was de reactie in het Fries, van @ jannyvanderveen.; oanhalde as storein! (aanhouden als motregen; doorzetten). Het blijft mij verwonderen dat een moedertaal zo in je lijf gaat zitten. Inmiddels woon ik al 25 jaar in Leiden (en Leiderdorp) en voel me net zoveel Leidenaar als Fries, maar de Friese taal blijft mijn hart raken. Je moedertaal is de taal die je verwerft in plaats van aanleert (zoals je vreemde talen leert op school). En dat verwerven zorgt er dus voor dat het in je systeem gaat zitten, in plaats van in je brein waar aangeleerde zaken zijn opgeslagen. Wanneer mensen gaan dementeren, verliezen ze de aangeleerde taal en blijft de verworven taal over.
In mijn praktijk werkt mijn Friese achtergrond met mijn Friese naam als een duidelijk uithangbord. Soms omdat mensen een positieve associatie hebben met ‘friezen’, die bekend staan als harde werkers en nuchtere mensen (waar ik mij inderdaad onder schaar) en soms omdat mensen zelf een familiaire connectie met Friesland hebben. Dan helpt het om ergens een overeenkomst, een verbinding te hebben. Het voelt vertrouwd op een bepaalde manier.
Ik heb om die reden wel eens overwogen om aan te prijzen dat ik Fries spreek en dat dus ook in mijn praktijk kan en wil doen. Zodat mensen hun memmetaal kunnen spreken wanneer het gaat om dingen die het hart raken. Bovendien spreek ik zelf maar weinig Fries, dus het zou voor mijzelf ook fijn zijn. Bij deze dus; spreek je Fries en zou je het fijn vinden om in je memmetaal in gesprek te gaan; wolkom, praat mar Frysk!
Een mijlpaal
Van ‘in de weer met gezinnen’ tot erkend systeemtherapeut. Een persoonlijke mijlpaal.
Met het afronden van mijn supervisiereeks, waarover ik in mijn laatste blog schreef, heb ik mijn opleidingstraject tot relatie- en gezinstherapeut afgerond. Dit heeft bestaan uit verschillende opleidingen, supervisies en leertherapie in de afgelopen acht jaar. En in vele jaren daarvoor bestond het als wens welke steeds lastig waar te maken bleek. Een terugblik voelt dan ook op zijn plaats.
Waar ik ooit begon met het werken met kinderen, was ik na mijn eerste stage al overtuigd van het belang van het werken met ouders. Daar moest het verschil gemaakt worden. Ik besloot om na mijn SPH opleiding ook maatschappelijk werk te gaan doen, om met ouders te kunnen gaan werken. Hier heb ik nooit spijt van gehad. Jarenlang heb ik in allerlei functies op verschillende plekken en met verschillende doelgroepen met ouders en hun kinderen gewerkt. Ik was dus altijd in de weer met gezinnen. Ik vind gezinnen fantastisch en fascinerend. Dat je bij elkaar hoort, hoe ingewikkeld het ook kan zijn en dat je bij elkaar blijft horen, wat je daar zelf ook van vindt.
Toen ik me verder wilde ontwikkelen binnen mijn vakgebied, bleek dat niet gemakkelijk zonder wetenschappelijke opleiding. Ik vond mijn weg; de opleiding tot systeemtherapeut kon ik doen met een HBO achtergrond. Op die manier kon ik me bezig blijven houden met waar mijn liefde voor het vak lag, bij het gezin, en kon ik me ontwikkelen.
De werkgever waar ik destijds werkte, investeerde hier echter niet meer in. Mijn collega die de opleiding gedaan had, was voor mij een steun en stimulans om deze weg in te slaan, maar ik moest verder kijken. De overstap van de jeugdzorg naar de jeugd GGZ leek de uitkomst. Daar werd wel geïnvesteerd in systeemtherapeuten en daar was men enthousiast over mijn wens. Ik ging de benodigde vooropleidingen doen en raakte nog meer enthousiast. Mijn werk deed ik met veel plezier en was al gericht op gezinsbehandelingen. Toen de economische crisis zijn intrede deed, droogden mijn kansen echter op. Na een bezuinigingsronde waarbij ik ook mijn baan verloor, leek mijn toekomstperspectief uit zicht.
Na twee jaar bij de kinderrevalidatie gewerkt te hebben en een nieuwe koers voor mijzelf te hebben uitgezet (een eigen praktijk, wat ook een uitstekend idee bleek te zijn!), kwam de kans alsnog. LUMC-Curium nam mij aan als systeemtherapeut in opleiding en ik kon aan de opleiding beginnen. Gestaag heb ik mij in de afgelopen jaren door de opleidingsonderdelen heen gewerkt. Met groot enthousiasme aanvankelijk en uiteindelijk ook blij dat het tot een afronding is gekomen. Maar trots op het doorlopen traject en op dat ik gekomen ben waar ik zoveel jaren geleden al van droomde.
In 2020 sloot ik me aan bij de NVRG als lid in opleiding. Destijds werd ik geïnterviewd als nieuw lid. Inmiddels dus ook officieel erkend als volledig lid. Hoera!
(Hoe) werkt therapie?
Hoe werkt therapie eigenlijk? En wat als het niet werkt zoals we hopen?
Met veel plezier heb ik in de afgelopen maanden een supervisietraject gevolgd bij Flip Jan van Oenen. Eerder had ik zijn boek ‘Het misverstand psychotherapie’ gelezen en was geïnspireerd geraakt door zijn manier van kijken naar de GGZ. Hij staat daarin stil bij hoe weinig we weten over hoe therapie werkt en hoe klein de rol van specifieke methodieken is in deze werkzaamheid.
Hoezeer verschillende methoden en interventies ook gepromoot worden, ze hebben ongeveer allemaal hetzelfde effect. Door het promoten echter, dragen we als sector en als maatschappij uit dat therapie helpt. En daar mogen we bescheidener in zijn. Soms helpt het, een beetje. Maar er zijn zoveel factoren in het leven van mensen, waarvan therapie er een is. En die factoren zijn bepalender voor of het beter gaat met mensen dan enkel de therapie. Het zou mensen kunnen helpen om dit te beseffen; waarschijnlijk gaat het over, het helpt als ik het leer verdragen, ik kan daar zelf aan bijdragen. Dan zou er minder druk op de GGZ komen, om al deze mensen ‘beter te maken’. En zouden mensen eerder gaan onderzoeken hoe ze hun situatie zelf kunnen veranderen ofwel verdragen.
Tijdens het supervisietraject hebben we gesproken over het vervolg van dit boek, ‘Verdragen’. Dit gaat verder in op hoe het hele systeem, de cliënt, de therapeut, de organisaties en de maatschappij, kunnen verdragen dat psychisch lijden bestaat en dat we dat niet altijd kunnen wegnemen. Op basis van de ‘Handleiding voor de client om therapie te verdragen’ heb ik een folder laten ontwerpen voor mijn cliënten, waarin uitgelegd wordt hoe therapie werkt en wat ze daarvan wel en niet kunnen verwachten. Als een ode aan het werk van Flip Jan.
Dank je Flip Jan, voor het waardevolle traject.
En dank je Annemieke Visser, voor het prachtige ontwerp.
De successen in het leven vieren
Sta jij wel eens stil bij je successen als ouder? Misschien is het tijd om dat te vieren!
Het houdt mij bezig deze maand. Zowel op een aangename als op een weemoedige manier. Het is een fantastische maand en een confronterende maand. Mijn oudste kind is 18 jaar geworden en mijn echtgenoot is 50 geworden. Het is heerlijk dat we met elkaar als partners en als gezin zover zijn gekomen en het feit dat we zover zijn gekomen, zegt iets over onze leeftijd. We worden oud…
Ook dat oud(er) worden is gelinkt aan verschillende gevoelens. Het is confronterend om ouder te worden omdat ik me realiseer dat er al zoveel achter mij/ons ligt wat niet terug zal komen. En dat de tijd die ons rest steeds minder wordt. Maar ik weet als geen ander dat het ook een enorme weelde is om überhaupt zo oud te worden. Wat een genot om al die jaren meegemaakt te mogen hebben!
En al die jaren zijn niet als vanzelf voorbij gegaan. Zeker als het gaat om het grootbrengen van kinderen, is daar energie, zorg en liefde naartoe gegaan. Het voelt als een prestatie, een kind grootgebracht hebben, klaar voor de maatschappij, volwassen.
Het is traditie om verjaardagen te vieren en zeker bij een 18e verjaardag is het feest. Ik voel als moeder echter ook behoefte om dit moment voor mijzelf, voor ons als ouders, te markeren. Het leek me dat daar informatie over te vinden moest zijn, dus ik zocht op internet naar onderzoeken over het belang van successen vieren. Tot mijn teleurstelling kreeg ik alleen zoekopdrachten over werk.
Blijkbaar is het gebruikelijk om te spreken over successen wanneer het om werk gaat. En is er aandacht voor hoe deze successen in de spotlights te zetten, ze te vieren. Waarom vond ik geen resultaten die gingen over het vieren van successen in je persoonlijke leven? En nog preciezer, over het ouderschap. Zien we dan minder dat het om successen gaat? Is het vanzelfsprekend dat je je taken in het leven oppakt en er het beste van maakt?
Terwijl, dat bleek dan weer wel uit de onderzoeken, het vieren van successen heel nuttig is; ‘medewerkers voelen zich belangrijk en erkend als er bewust stil wordt gestaan bij het positieve resultaat van hun inzet’. Zou het ons als maatschappij niet dienen wanneer ouders zich belangrijk en erkend voelen in hun taak als ouders? Daar mag best wat meer aandacht voor zijn. Dus bij deze een begin; dank aan alle ouders voor hun eindeloze inzet om hun kinderen zo goed mogelijk groot te brengen!
Twee geloven op een bord?
Een onderwerp waar ik nog niet eerder bij had stilgestaan; de spanning die in een relatie kan ontstaan over het wel of niet eten van vlees. Inmiddels kan ik wel begrijpen dat dit een dealbreaker kan zijn. Mocht je hiermee te maken hebben, voel je welkom in mijn praktijk.
Nu ik sinds een aantal jaren vegetarisch ben geworden, in navolging van mijn dochter die de pionier was in ons gezin, verdiep ik me meer in wat ik eet en waarom ik dat doe. Ten tijde van de coronacrisis vond ik dat ik iets anders moest doen in mijn leven, om meer aan te sluiten bij mijn zorg om de aarde, het klimaat en de mensheid. Na onderzoek leek vegetarisch eten een (voor mij) relatief gemakkelijke manier om bij te dragen. Sindsdien heb ik dit doorgevoerd.
Met het verdiepen in het onderwerp las ik onlangs het boek Ooit aten we dieren van Roanne van Voorst. Waar ik zelf geen vlees meer eet omdat het zeer milieubelastend is, legt zij uit dat het helemaal niet zo natuurlijk is om dieren te eten dan wij in dit tijdperk denken. Een interessante kijk. En daarbij kwam ook een onderwerp naar voren waar ik nog niet eerder bij had stilgestaan; de spanning die in een relatie kan ontstaan over het eten van vlees tussen vegans en niet vegans. Vegans gaan nog een stap verder dan vegetariërs; zij eten ook geen zuivel en gebruiken geen dierlijke producten. Hier kan een mens prima van en mee leven, maar het zorgt wel voor een heel ander voedingspatroon dan dat van vlees en zuiveleters.
Zoals Roanne ons meeneemt in haar boek, begin ik te begrijpen dat wanneer je het eten van dieren ziet voor wat het werkelijk is; ‘we behandelen levende wezens op enorme schaal op een verschrikkelijke manier en maken ze vroegtijdig dood om ze op te eten’, het heel moeilijk kan zijn om met een partner te leven die niet-vegan is. Die daar dus aan bijdraagt, die je dieren ziet eten, die niet voelt dat dit heel wreed is. Er bestaan om die reden speciale dating apps voor veganisten en er zijn boeken geschreven over hoe je je relatie goed kunt houden wanneer je met dit verschil te dealen hebt. Waarbij het overkoepelende advies is; blijf elkaar respecteren.
In mijn praktijk heb ik nog geen stellen gezien die expliciet aangaven hiermee te worstelen. Inmiddels kan ik wel begrijpen dat dit een dealbreaker kan zijn. Mocht je hiermee te maken hebben, voel je welkom. Ondertussen onderzoek ik wat mijn volgende stap is richting een vegan voedingspatroon.
ADHD; zo leuk! Of een last?
Thomas van Luyn vindt het snijvlak tussen een hilarische voorstelling, waardevolle educatie en begripvolle omgeving die voelt als een warm bad. De boodschap die tijdens de voorstelling gegeven wordt, is precies wat ik doe met mijn cliënten in de praktijk.
Onlangs was ik in de prachtige Leidse schouwburg voor de voorstelling van Thomas van Luyn. Het leek me een leuk familieuitje en het ging over ADHD. Leuk en zinvol, leek me, alhoewel ik niet helemaal wist wat te verwachten. Ik kwam af op de heerlijke titel; De grote ADHD expirivaganza.
Zelden heb ik zo een divers en kleurrijk publiek in de schouwburg getroffen. Daar komen we meteen bij het leuke aspect van ADHD; er waren opvallend veel mensen die net wat anders waren, kleurrijkere kleding droegen, opvallende styling keuzes maakten, of zich geheel niets aantrokken van een norm op dat gebied. Wat een verademing. Ook qua leeftijd liep het zeer uiteen, met opvallend veel jonge mensen.
Thomas blijkt in staat om zowel over ADHD te vertellen als het voor te leven. Hij neemt ons mee in zijn leven, waarin een paar jaar terug werd geconstateerd dat er sprake van ADHD is (hoe weten de mensen van deze vragenlijst dat ik mijn fiets kwijtraak?). De voorbeelden die hij geeft, kunnen op veel herkenning van de zaal rekenen. Hoe chaotisch zijn leven is, hoe onrustig zijn hoofd, hoe hij van de hak op de tak springt.
En hierbij is hij in staat om ons zowel tranen van het lachen te bezorgen omdat het met regelmaat tot grappige situaties leidt, als ons te laten voelen hoe intens verdrietig het ook kan zijn wanneer je zo weinig grip op je leven hebt. Hij neemt ons mee in het proces van diagnosestelling en laat Anna Gimbrere vertellen over de wetenschappelijke kant van de zaak. Zij vult haar kennis aan met haar eigen ervaringsverhalen.
Op die manier leren we dat het krijgen van de diagnose helpend kan zijn, omdat je eindelijk begrijpt waarom je leven is verlopen zoals het verliep. Dat je niet dom bent, dat het er niet om gaat dat je de clou niet begrijpt, dat je niet minder bent dan andere mensen. Je brein werkt anders, waardoor het lastiger is om te structureren, te beginnen, te concentreren en je af te sluiten voor prikkels. De boodschap hierbij is; het is zo, wordt er handig in en wees mild voor jezelf. Daar haakte ik op aan, omdat dat precies is wat ik doe met mijn cliënten in de praktijk.
Hiermee heeft Thomas van Luyn het snijvlak gevonden tussen een hilarische voorstelling, waardevolle educatie en begripvolle omgeving die voelt als een warm bad. Voor mensen zonder ADHD gaat er een wereld open en zal het zowel je kennis ervan, als je begrip ervoor enorm vergroten. Voor mensen met ADHD voelt het als thuiskomen en een enorm gevoel van herkenning.
Geen wonder dus dat alle voorstellingen al snel waren uitverkocht. Gelukkig staat Thomas ook in 2025 weer met deze expirivaganza in het theater. Ben je nog niet geweest, maak er dan alsnog gebruik van! https://thomasvanluyn.com/
Hoe paars mag paarse vrijdag zijn?
De acceptatie van lhbti+ers neemt af. De noodzaak van een paarse vrijdag wordt groter.
Rond deze tijd leek het me passend om over paarse vrijdag te schrijven. De dag dat er binnen het onderwijs extra aandacht is voor lhbti+ers. Eerdere jaren ontvingen we hier bericht over van de scholen van de kinderen en ging er een paarse trui aan naar school. Ik vond het een mooi initiatief en wilde graag aansluiten door erover te schrijven. Dit jaar was het echter nogal rustig op dit gebied, we werden minder geïnformeerd. Tot mijn verdriet las ik in de krant dat scholen er voorzichtig mee omgingen, omdat er inmiddels nogal wat tegengeluiden zijn. Slingers werden extra hoog opgehangen, om vernieling te voorkomen. Armbandjes werden niet meer aan iedereen uitgedeeld, want het gedachtengoed kon niet opgedrongen worden. De tegengeluiden zouden gaan over dat er wel heel veel aandacht naar dit thema zou gaan. Wat een treurige constatering. De acceptatie van lhbti+ers neemt namelijk af, blijkt uit onderzoek. De noodzaak van een paarse vrijdag wordt dus alleen maar groter. Maar vanwege tegengeluiden maken we deze dag kleiner en zijn we voorzichtig. Dat lijkt me een verkeerde beweging. De dag zou net zo groot en lang en vaak georganiseerd moeten worden, totdat het leven van een lhbti+ jongere er hetzelfde uitziet op de middelbare school (en overal in de maatschappij) als van elke andere jongere. En helaas lijken we daar nog niet te zijn….
Een scheiding, wat nu?!
Wanneer duidelijk wordt dat er gescheiden gaat worden, spelen daarbij vele emoties een grote rol. Om hierin een goede weg te vinden, heeft TNO een training voor ouders ontwikkeld.
De ontzetting, onthutsing, het verdriet en de grote verwarring bij mensen wanneer duidelijk wordt dat er gescheiden gaat worden. Het is voor iedereen verschrikkelijk. Op dat moment in elk geval. Hopelijk en meestal worden dingen op de lange termijn beter en rustiger.
Op die momenten heb ik er soms bij gezeten. De hoop in relatietherapie is natuurlijk dat het weer lukt om de relatie nieuw leven in te blazen. Soms echter lijkt een van beide partners het nodig te hebben om duidelijk te kunnen zijn over het willen beëindigen van de relatie en soms is het de conclusie na een traject van proberen.
Aangezien mijn hart ligt bij gezinnen, ben ik dan in gedachten bezig met de kinderen. Eigenlijk doe ik veel van de relatietherapie ook voor de kinderen. Hoe kan ik hen helpen om gelukkige, rustige en goed samenwerkende ouders te krijgen? Wanneer mensen uit elkaar gaan, bied ik dan ook altijd aan om mee te denken in het vervolgtraject en waar nodig te blijven ondersteunen.
Veel mensen zijn in staat om dit zelf vorm te geven. En gelukkig lukt het veel stellen om hier samen uit te komen op een manier waarbij de kinderen niet belast worden. Natuurlijk krijgen de kinderen hier van alles van mee, dat kan ook niet anders. Maar ouders die hun problemen met elkaar en met andere volwassenen bespreken en niet met de kinderen, maken al een groot verschil.
Om hierin een goede weg te vinden, heeft TNO een training voor ouders ontwikkeld. Die wordt als groepstraining aangeboden, maar is ook gratis online te volgen, middels een te downloaden pdf bestand. Het is een mooi vormgegeven training, met uitleg, video’s van ervaringsdeskundige ouders en hulpverleners en adviezen. Een laagdrempelige manier voor ouders om zich in de materie te verdiepen. Voor iedereen die zelf geïnteresseerd is of die mensen erop zou willen wijzen;
ALS door kinderogen
Wat als je als ouder van jonge kinderen de diagnose ALS krijgt en uit wilt leggen wat er gebeurt en gaat gebeuren? Anjo Snijders creëerde, samen met zijn vrouw Sascha Groen, een prachtige manier om het aan zijn en aan alle kinderen duidelijk te maken.
Wat als je als vader van twee jonge kinderen ALS krijgt en je aan ze uit wilt leggen wat er gebeurt en gaat gebeuren? Dit lot trof Anjo Snijders en hij creëerde samen met zijn vrouw Sascha Groen een prachtige manier om het aan zijn en aan alle kinderen duidelijk te maken; een korte animatiefilm. In deze film, LUKi & the lights, zien we een aandoenlijke robot zijn leven leiden met zijn vrienden. Hij werkt, hij sport, hij maakt plezier met anderen. Al snel echter begint zijn arm te haperen. De lichtjes in zijn arm weigeren en zijn arm doet het niet meer. Hij maakt er eerst het beste van, maar komt toch bij een arts uit. Op deze manier volgen we het proces van de eerste tekenen van de ziekte tot de uiteindelijke dood. Ingrijpend, maar vooral ook levendig, hoopvol, met plezier en gewoon duidelijk. Een mooie manier om kinderen (en iedereen overigens) mee te nemen in hoe een ziekteproces bij ALS eruit ziet. De film is niet gebonden aan een taal, waardoor hij voor iedereen te begrijpen is. Hoewel tragisch en verdrietig, zeer waardevol en aan te raden.
Gaat het goed met de rouw?
Het overlijden van naasten is een ingrijpende gebeurtenis. Zeker wanneer het kinderen aangaat. Fonds slachtofferhulp heeft een website opgezet gericht op rouwbehandeling met daarop zelfs een rouwmeter om het rouwproces in kaart te brengen.
Het overlijden van naasten is een ingrijpende gebeurtenis. Zeker wanneer het kinderen aangaat, die een overlijden van heel dichtbij meemaken, grijpt dit iedereen aan. We beseffen ons dat het een intense gebeurtenis is in een kinderleven en zijn bezorgd om het kind. Het kan voor ouders lastig zijn om goed in te schatten hoe het kind omgaat met de rouw. Sommige kinderen praten erover, anderen nauwelijks. Sommige kinderen laten duidelijk verdriet zien, anderen minder. Ieder kind heeft zijn of haar persoonlijke manier om om te gaan met het verlies. Daarbij komt nog dat kinderen en jongeren zich met perioden helemaal kunnen richten op hun leven in het hier en nu, waarbij het verlies naar de achtergrond lijkt te zijn verdwenen. Het is dus ook niet verwonderlijk dat het ingewikkeld kan zijn om goed zicht te hebben op het rouwproces van kinderen.
Fonds slachtofferhulp heeft het initiatief genomen om een website op te zetten gericht op rouwbehandeling. Hier wordt informatie gegeven over rouwbehandelingen en over onderzoek dat op dit gebied is verricht en wat lopende is. Samen met een aantal universiteiten zijn er rouwbehandelingen ontwikkeld voor specifieke verliessituaties. Ze hebben ook een rouwmeter ontwikkeld, zowel voor kinderen als voor volwassen. Hiermee kun je een inschatting maken over of er sprake is van een mogelijk problematisch rouwproces. De rouwmeter voor kinderen is een zelftest voor kinderen tussen de 8 en 18 jaar, die door zowel het kind als een ouder kan worden ingevuld. Met een overzichtelijke hoeveelheid vragen kan er binnen 15 minuten een beeld verkregen worden van hoe het rouwproces verloopt.
Dit kan een waardevol hulpmiddel zijn voor de ouders van kinderen die een rouwproces doorlopen en zich afvragen of hun kind dit zelf kan dragen. Het voorkomt dat kinderen te lang blijven hangen in verdriet of somberheid of het verdriet juist nog niet toelaten. Daarnaast is het van meerwaarde omdat het kan voorkomen dat kinderen gespecialiseerde hulp krijgen die dat niet nodig hebben. Niets vervelender voor kinderen dan door hun ouders of andere goedbedoelende volwassenen naar een therapeut gebracht te worden, terwijl ze dat zelf niet willen of er niet voor openstaan. Voor iedereen die zich afvraagt of een kind hulp nodig heeft bij het doorwerken van een rouwproces is het dus een laagdrempelige eerste stap om de rouwmeter in te vullen. Een waardevol aanbod!