Nu eerst vakantie!

Nu eerst vakantie!

Na een jaar vol leuke uitdagingen, fijne gesprekken, inspirerende scholing en bijzondere ontmoetingen, is het nu tijd voor vakantie. De praktijk zal gedurende de komende drie weken gesloten zijn. Voor een ieder die ook op vakantie is of gaat; een hele fijne tijd gewenst! Voor een ieder die alweer terug is of bijna terugkomt; hopelijk was het goed. Vanaf 2 september ben ik weer aan de slag. Tot dan!

Uit je comfortzone?

Uit je comfortzone?

Misschien herken je het wel; je houdt van jezelf ontwikkelen, uitdagen, nieuwe dingen op je pad. Je grijpt kansen aan, springt in gaten en bent steeds op weg naar… Ja, naar wat eigenlijk. Waar gaat deze weg je naartoe leiden? Heb je daar zelf een idee over of volg je de weg gewoon? En kijk je om je heen om je te oriënteren en te genieten of ren je aan alles voorbij? Elk mens heeft uitdaging nodig, op welke manier dan ook. Het is goed om in beweging te blijven, letterlijk en figuurlijk. Met de mogelijkheden die we tegenwoordig hebben en een maatschappij die ons hierin stimuleert, is het eerder een kunst geworden om af en toe ook stil te staan, rustig te lopen, te overpeinzen, te mijmeren. Wanneer we dat vergeten, wordt het leven een jachtig gebeuren, waarbij je het gevoel kunt hebben dat je achter jezelf aan rent. Je wordt geleefd. En dat hoeft niet. Maar er is wel wat voor nodig om te stoppen. Af en toe flink rennen is prima, je wordt er veerkrachtig van. Vergeet niet ook weer af te remmen, pauze te nemen en een plan te maken voor je vervolg; ga je verder rennen, neem je een langere pauze, ga je wandelen of slenteren, neem je een andere weg of ga je misschien wel een stukje terug? En wanneer het leven van je vraagt om een lange periode achtereen te rennen, ook dan helpt het je om je hiervan bewust te zijn en te bedenken wat je nodig hebt om dit vol te houden. Uit je comfortzone is dus prima, maar erin ook!

Je bent jong en je...

Je bent jong en je...

Bij mantelzorg denken we vaak vooral aan volwassen mensen die voor ouderen zorgen. Dat is natuurlijk ook wat er veelal gebeurt. Ouderen worden op een bepaald moment hulpbehoevend en de omgeving springt bij om dat op te vangen. Die omgeving bestaat vaak uit hun kinderen, die dan van middelbare leeftijd zijn. Maar het kan ook anders. Er zijn ook veel jongeren die zorgen voor hun ouders. Helaas zijn er ook ouders, gewoon mensen van gemiddelde leeftijd, die ziek worden of zijn. Zij vragen geen hulp van hun kinderen, maar hun kinderen leven wel dagelijks met ze, wat automatisch met zich meebrengt dat er taken opgevangen worden. Deze kinderen en jongeren worden veelal minder gezien. Ze gaan namelijk gewoon naar school en zorgen vaak dat het goed met ze gaat, omdat hun ouders al genoeg zorgen hebben. Ze vallen niet zo op. Om te zorgen dat er meer oog komt voor deze jongeren, is er de week van de jonge mantelzorger. Deze mantelzorgers zorgen voor hun chronisch zieke ouder, voor hun psychisch zieke ouder, voor hun terminaal zieke ouder, voor hun zieke opa of oma of misschien wel voor een broertje of zusje met een ziekte of handicap. Het zal ze vast en zeker helpen wanneer ze gezien worden, in wie ze zijn, in wat ze doen en of ze dat voldoende kunnen dragen.

Dit is autisme

Dit is autisme

Al vele jaren wordt er onderzoek gedaan naar en geschreven over autisme. Een grote naam in Nederland, als het gaat over schrijven over autisme, is Colette de Bruin. Zij ontwikkelde de Geef me de 5 methodiek, waarbij je mensen  met autisme duidelijkheid geeft over vijf belangrijke dingen; wat, wie, waar, hoe en wanneer, om ze op die manier de kaders te bieden waarbinnen ze goed kunnen functioneren.

De methodiek was altijd al helder en vooral praktisch. Met haar nieuwe boek, is deze methodiek nu ook op een toegankelijke en vlotte manier beschreven, met heel duidelijk en onderbouwende illustraties, die erg van deze tijd zijn. Het is een prachtig boek geworden, waarin haar praktische begeleidingsstijl ditmaal wordt onderbouwd door wetenschappelijke kennis. Een mooie aanvulling.

Voor wie niet zoveel weet over autisme, is dit een prettig boek om te lezen. Het leest vlot en is in begrijpelijke taal geschreven. Het ziet er mooi en overzichtelijk uit. Wat mij aanspreekt is dat er uiteindelijk een overzicht is gecreëerd door middel van de ‘cirkel van autismespectrumsymptomen’ waarin goed wordt aangegeven wat veelal het verschil is tussen jongens/mannen met autisme en meisjes/vrouwen met autisme. Er wordt genoemd dat bij vrouwen veelal meer interesse is in sociaal gedrag en dat zij dit kopiëren om er deel aan te kunnen nemen. Dat maakt dat het gedrag minder opvalt, maar het kost wel veel energie. Wat weer maakt dat er op latere leeftijd vaak sprake is van burn-out, somberheid, overspannenheid en allerlei soorten klachten die niet te verklaren lijken. Er worden veelal meerdere diagnoses gesteld, voordat blijkt dat er sprake is van autisme. Het is dus goed dat er opnieuw aandacht is voor autisme, voor hoe ermee om te gaan en voor alle vrouwen met autisme. Dat het leven wat gemakkelijker voor hen kan worden.

Van persoon tot persoon

Van persoon tot persoon

Hoe wordt jij het liefst benaderd? Wat helpt jou het meest? Wanneer voel je je op je gemak? En hoe is dat wanneer je bij iemand komt voor hulp? Het is een interessant gegeven waar al veel over is nagedacht en geschreven. Vanouds is de therapeut de deskundige, de dokter die weet wat er met je aan de hand is en hoe dat op te lossen is. Deze heeft een hoge status, het is iemand om naar op te kijken en om niet tegenin te gaan. Inmiddels is dit bij veel therapeuten niet meer de heersende opvatting en voelen cliënten zich ook vrijer om zich te laten horen. Toch is er nog een groot verschil in hoe hiermee wordt omgegaan in de praktijk, bewust of onbewust.

Binnen mijn huidige opleiding werd deze discussie weer aangezwengeld; hoe ga je in gesprek met de ander? Hoeveel afstand houd je, of hoeveel juist niet, wat vertel je juist wel of niet over jezelf? Het spreekt mij aan om hierover na te denken. In de praktijk valt mij op dat cliënten mij als feedback geven dat het traject ‘persoonlijk’ was.  Ik ben en blijf de therapeut, wat ik doe en zeg is om de ander verder te helpen. Daarbij kan het naar mijn mening wel helpen om eigen gedachten, ervaringen en gevoelens in te brengen. Het brengt ons als mensen wat dichterbij elkaar, toont dat we allemaal als mens onze worstelingen hebben, dat er niet een ‘beter weten’ is, maar wel een ‘helpen om het zelf beter te gaan begrijpen’ is. Wanneer het mij lukt om mensen bij dat laatste verder te helpen, ben ik tevreden. En als ik dan als feedback krijg dat het traject ‘persoonlijk’ was, dan herken ik dat. Dan hebben we elkaar van persoon tot persoon gesproken en ontmoet.

Rouw in soorten en maten

Rouw in soorten en maten

Zijn er regels over rouw? Over hoe je moet rouwen, wanneer, hoelang en met wie? Expliciet hebben we die niet, zeker niet nu steeds minder mensen zich verbonden voelen met een geloofsgemeenschap van waaruit er ooit duidelijke regels waren over hoe te rouwen. Als er geen regels zijn, zijn er dan kaders? Ook op dat vlak is er weinig houvast. Onder wetenschappers is er discussie over of rouw pathologisch kan zijn en wanneer dat dan zo is en dus in het handboek van de psychiatrie (de DMS) een plek zou moeten hebben.

Afgelopen vrijdag was ik bij een bijeenkomst van mijn beroepsvereniging, de NVPA, waar Manu Kierse ons een dag heeft meegenomen in zijn verhalen en overwegingen omtrent rouw. Een man met een enorme ervaring, een duidelijke visie, een mild mensbeeld en een talent voor het vertellen van verhalen. Luisterend naar zijn ervaringen, over allerlei mensen in rouw, wordt duidelijk dat er niet een kader kan zijn voor rouw, dat er geen tijd voor kan staan. Daar zijn de mensen, de situaties, de verliezen en de levens te divers voor. Herhaaldelijk noemt hij dan ook dat rouw niet te meten is, er is geen erger en minder erg. Het verdriet is zo erg als het voor diegene is. En daar sluit je als mens bij aan.

Hij noemde niet langer te spreken van verlies verwerken, maar van verlies overleven. Door te erkennen, te ervaren, een nieuwe relatie met de overledene/ hetgeen verloren is vorm te geven en tot een nieuwe identiteit voor jezelf te komen, kun je verlies overleven. Je kunt zin vinden in dat wat gebeurd is en je leven stabiliseren. Dat is overleven, voortleven na verlies, als mens groeien in en van het leven. Wat een inspirerende dag!

En ze leefden nog lang en gelukkig?

En ze leefden nog lang en gelukkig?

Het is nog altijd het beeld waar kinderen mee opgroeien; de prins en de prinses vonden elkaar, ze kusten en… ze leefden nog lang en gelukkig. Daar hoort dan een prachtige bruiloft bij, met een witte jurk, een groot feest en een mooie taart.

Vandaag is het wereld huwelijksdag. Nu blijkt dit concept uit christelijk Amerikaanse hoek te komen, met het idee dat man en vrouw als fundament van het gezin de basiseenheid van de samenleving vormen. Binnen de Nederlandse samenleving wordt over het algemeen wat ruimer gedacht over vormen van relaties en ieders bijdrage aan de samenleving, in welke vorm dan ook. Maar goed, als we het idee van het huwelijk nemen, wat vinden we daar dan tegenwoordig van?

Kijkend naar de statistieken blijkt ‘lang’ vandaag de dag minder lang te zijn dan voorheen. Wanneer je de leeftijd van 55 hebt bereikt, is de kans groter dat je alleen komt te staan vanwege een scheiding dan door het overlijden van je partner. Dat is wel eens anders geweest…

Jonge stellen trouwen inmiddels veel minder vaak dan een jaar of veertig terug. Wanneer men dat doet, is dat vooral om de relatie te bevestigen. Blijkbaar hebben we nog wel steeds de behoefte om duidelijk te maken dat we bij elkaar horen en zoeken we naar een manier om daar zekerheid over te krijgen. We hoeven echter niet meer te trouwen om samen te mogen wonen, om kinderen te mogen krijgen en om de zakelijke kant te regelen. Het huwelijk lijkt dan ook te verschuiven van de start van de relatie naar de bestendiging van een relatie. Meer stellen trouwen tegenwoordig wanneer het huis er is, de kinderen er zijn en de liefde voortduurt. Dan gaat het dus puur om het bevestigen van de relatie, van de liefde. Een mooi uitgangspunt!

 

Vier het leven!

Vier het leven!

Het leven neemt een wending, de dagen worden weer langer!

Snop en snippa

Snop en snippa

Me Jane, you Tarzan?  Toevallig keek ik deze week de eerste aflevering van deze NPO reeks over feminisme. Het ging over seksualiteit,  in hoeverre dat wel of juist niet verschilt tussen man en vrouw. En het was opmerkelijk hoe weinig we weten over seksualiteit bij vrouwen en dan vooral over de clitoris. Die blijkt best groot te zijn, iets wat nauwelijks bekend is en wat niemand geleerd wordt. Het is best een bijzonder ding, zeker omdat het alleen bestaat voor het genot. Dit in tegenstelling tot de penis bij de man, die ook voor het plassen dient. Wij vrouwen hebben dus iets heel exclusiefs!

Maar dat exclusieve heeft nauwelijks een naam. Dat is echter niet een onbekend gegeven. Er zijn veel ouders die zoekende zijn in welke naam hun dochter aan te leren voor haar vagina. Bij jongens zijn we het erover eens dat ze een piemel hebben en dat we die zo kunnen noemen. Dat is een heel gewone benaming,  geen scheldwoord, niet vies, niet keurig. Maar bij meisjes is dat lastiger; vagina is keurig, nogal officieel, voorbips ontkent elke eigenheid van de vagina, pipi is nogal nietszeggend, plasser zegt alleen iets over de plasfunctie, een muts is voor op je hoofd, en ga zo maar door.

Met verbazing zag ik dat men in Zweden daar op een dag gewoon iets aan heeft gedaan. Iemand heeft bedacht dat dat zo niet langer kon, heeft een passende naam bedacht en deze actief gepromoot. Zo had men in Zweden altijd al de snop (piemel) en kwam daar de snippa (vagina) bij. Inmiddels blijkt elke Zweed dit woord te gebruiken en weet men niet beter. Wat een fantastisch idee! Hoe helpend voor al die ouders en kinderen, om de snippa gewoon bij de naam te noemen. En hoe belangrijk voor de vrouw in het algemeen, dat er een bruikbaar woord voor is. Want, zoals men in de uitzending ook aangeeft; als ergens geen woord voor is, kun je het er letterlijk niet over hebben en wordt het een taboe. Wie komt er met een mooi woord voor vagina dat we onze kinderen in Nederland kunnen aanleren?

De mantelzorg voorbij

De mantelzorg voorbij

Morgen is het de dag van de mantelzorg. De term mantelzorg is sinds 1995 in gebruik en staat voor de warme mantel die om de schouders van een zorgbehoevende geliefde wordt gelegd. Een mooi gebaar. Er zijn situaties waarin naasten dit heel bewust en weloverwogen doen. Dan gaat het inderdaad om het leggen van een mantel om de ander. In veel situaties echter, gaat het leven zijn gang en ontstaat er op een bepaald moment, soms sluipenderwijs, een zorgbehoevende en een zorgende naaste of naasten. Dan is er geen sprake van een bewuste keus op een bepaald moment, maar van een situatie waar je steeds verder in verzeild raakt. Als het je meezit als zorgende naaste, kun je dit combineren met de andere taken in je leven. Dan knelt het soms, maar ervaar je tegelijkertijd een grote mate van betekenisgeving vanuit het zorgen voor de ander. De momenten dat mantelzorg gaat knellen, is op het moment dat de situatie langzamerhand zo belastend is geworden dat het niet meer te combineren valt met de andere taken in het leven en de last groter wordt dan de kracht van de betekenisgeving. Echter gaat het vaak om een zeer belangrijke ander waar je voor zorgt, waar je grote verbinding mee ervaart en waarbij er wellicht sprake is van wederzijdse afhankelijkheid. Waar is dan het moment dat mantelzorg over moet gaan in professionele zorg? Wie gaat dat aangeven? Wie wil, wie durft, wie ziet het?

Wanneer mantelzorgers uit een belastende en tegelijkertijd betekenisvolle periode komen en hun leven weer op de rit krijgen, de rust wat weerkeert, de overbelasting verdwijnt, kunnen er allerlei gevoelens gaan spelen. Gevoelens van verdriet om wat gebeurd is, om het moeten loslaten. Gevoelens van schuld, over het in de steek laten van de ander. Gevoelens van boosheid, over waarom dit hen is overkomen en dat men zich wellicht in de steek gelaten heeft gevoeld.

Laten we dus oog hebben voor de mantelzorger, zowel tijdens als na het leggen van de warme mantel.

Erkend worden

Erkend worden

Ieder mens heeft erkenning nodig. Erkenning doet ons voelen dat we ertoe doen, dat we van belang zijn. Ons bestaan betekent iets voor anderen, het geeft bestaansrecht. We hebben het als mens nodig om gekend te worden, we zijn pas iemand als een ander ons ziet en ervaart. Jezelf als mens ervaren, iemand zijn, is een eerste stap in het leven. Wil dat leven ook als waardevol ervaren kunnen worden, dan komt erkenning om de hoek kijken. Wanneer je je door de ander erkend voelt, ervaar je ook nog waardering voor je bestaan. Dat is het moment dat het leven glans krijgt.

Voor beroepsgroepen geldt dat net zo. Onlangs kreeg ik bericht van mijn beroepsvereniging, de NFG,  dat we vanaf 2019 erkend worden door een aantal zorgverzekeraars die dat eerder nog niet deden. Dat voelt goed. Men waardeert het werk dat we doen en is bereid hier een vergoeding voor klanten tegenover te stellen. Dat betekent weer dat we meer mensen kunnen bereiken. Deze klanten voelen zich door ons erkend en wij voelen ons door hen erkend. Aan het werk, voor erkenning…

ADHD je mee?

ADHD je mee?

Ken jij ze ook? Mensen met een ongebreidelde energie, altijd volop ideeën, immer enthousiast. Schieten soms uit de bocht, maar krabbelen vaak ook zelf weer op. Hun leven verloopt vaak roeriger dan dat van anderen. Dat noemen wij tegenwoordig ADHD. Soms is het voor deze mensen fijn als er een naam is voor datgene wat hun leven regelmatig ingewikkeld en vermoeiend maakt. Soms voelen ze zich erdoor weggezet als niet passend in onze maatschappij. Eigenlijk maakt het natuurlijk niet uit, hoe het heet en of het een naam heeft of niet. Dat is alleen voor de wetenschap belangrijk, zodat er onderzoek naar gedaan kan worden. Dan heb je vakjes en termen nodig. In het alledaagse leven niet. Dan is het voldoende om te kijken naar hoe iemand is en wat iemand nodig heeft. Het lijkt er echter steeds meer op dat je kunt krijgen wat je nodig hebt, als datgene een naam heeft gekregen. Dat is jammer. Elk mens is anders, of hij voor de wetenschap nu in een hokje past of niet. Iedereen heeft baat bij een benadering die aansluit op zijn mogelijkheden. Als wij mensen nu beschouwen als allemaal uniek en anders en er dus vanuit gaan dat elk mens andere talenten heeft en andere mogelijkheden, dan ligt er veel minder nadruk op gewoon en afwijkend. Als wij elkaar helpen om onze talenten te ontdekken en te ontwikkelen en onze beperkingen te leren zien er ermee te leren omgaan, dan bereiken we toch hetzelfde, of meer? In plaats van verschil te maken tussen ‘gewoon’ of  ‘gemiddeld’ en ‘afwijkend’ en dus een ‘stoornis’, kunnen we iedereen dan erkennen voor wie hij of zij is.

Ga toch op vakantie!

Ga toch op vakantie!

Ben je er ook zo aan toe? Lekker even weg, op vakantie? Het is echt goed voor je, blijkt uit onderzoek van de Radbout universiteit Nijmegen. Men begrijpt nog niet precies hoe dat kan, maar er zijn wel ideeën over. Zo doe je tijdens je vakantie andere dingen dan normaal gesproken. Je spreekt jezelf, je lijf en je geest, dus op een andere manier aan. Je kan je voorstellen dat dat je veerkracht vergroot. Bovendien doe je, met een beetje geluk, dingen die je leuk vindt. Daar worden mensen over het algemeen blij van. Al die dingen heb je ook nog zelf onder controle, je hoeft je dus niet te onderwerpen aan kaders buiten jou om. Dit geeft een mens vaak rust en overzicht. Tenslotte ben je in die tijd met mensen waar je je verbonden mee voelt, wanneer je tenminste met vrienden, familie of je gezin op vakantie gaat. Verbinding ervaren met mensen om je heen, is belangrijk voor een mens.

En hoe lang is dat nu precies zinvol, dat vakantie vieren? Zo lang als je zelf wilt natuurlijk! En zo lang als je portemonnee en je werkgever dat verdragen. Het schijnt wel dat je de piek van je goed voelen ervaart na acht dagen vakantie. Het helpt dus in elk geval om die acht dagen aan te tikken. Dat heeft dan echter weer bijna geen effect op hoe lang je je vakantiegevoel vasthoudt na de vakantie. Dat is eigenlijk maar heel kort. Maar ja, dat is van later zorg. Nu eerst op vakantie! Tot daarna!

 

'je hoeft het leven niet te snappen, je hoeft alleen je weg te vinden'

'je hoeft het leven niet te snappen, je hoeft alleen je weg te vinden'

Onlangs was ik per toeval in restaurant Freud, in Amsterdam. Het bleek een restaurant te zijn waar mensen werken die niet gemakkelijk een baan aankunnen of kunnen krijgen, bijvoorbeeld door psychische problemen. Naast dat het een mooie en prettige plek was, met heerlijk eten (aanrader!), viel mijn oog op de tegeltjeswijsheid op het toilet (gegluurd bij de heren…); ‘je hoeft het leven niet te snappen, je hoeft alleen je weg te vinden’. Heel passend bij het restaurant en de mensen die er werken.

Toevallig kwam ik recent de waarschijnlijke oorsprong van deze quote tegen; ‘men hoeft de wereld niet te begrijpen, men moet alleen zijn plaats erin weten te vinden’, van Albert Einstein. De wijsheid wordt door de jaren heen blijkbaar in andere woorden verpakt..

En nog steeds zo waar. Al lijkt de wereld steeds ingewikkelder te worden, als je je weg erin hebt gevonden, wandelt dat prettig. Dan maakt het niet uit dat het geheel wellicht niet te overzien is, of dat jij de wereld anders ziet dan dat anderen dat doen.

Die verandering van perspectief kan mensen vaak erg helpen. Ik ervaar dat in de praktijk ook. In plaats van dat je moet voldoen aan ‘hoe het hoort’, of ‘zoals iedereen dat doet’, je eigen weg vinden door de dingen te doen die bij je passen. Wanneer het lukt om de stap te maken van het willen voldoen aan een jezelf opgelegd beeld (door de maatschappij, je opvoeding, je omgeving, alle social media, etc.) naar kunnen groeien binnen je eigen mogelijkheden, dan heb je je eigen weg in het leven gevonden. Of met Einstein gesproken; dan heb je je plaats in de wereld gevonden.

Met tot besluit een citaat van Einstein dat hier naadloos op aansluit; ‘Iedereen is een genie. Maar als een vis wordt beoordeeld op zijn vaardigheid om in bomen te klimmen, zal hij zichzelf zijn hele leven als een mislukkeling beschouwen.’

Laat bloemen relaties redden

Laat bloemen relaties redden

Vorige week las ik in de krant dat de bloemenhandel protesteerde. Men gaf gratis snijbloemen weg in Den Haag, onder het motto ‘pluk me niet’. Dit vanwege de aankomende verhoging van het lage BTW tarief van 6 naar 9 procent. Iedereen mag natuurlijk opkomen voor zijn eigen zaak, ik was echter  wel verbaasd toen ik dit las. Snijbloemen vallen onder het lage BTW tarief? Het lage BTW tarief is volgens de belastingdienst voor diensten en goederen die in de eerste levensbehoefte voorzien of die ervoor zorgen dat mensen zich ontwikkelen.

Precies om deze laatste reden is mijn frustratie groot bij het feit dat relatietherapie onder het hoge BTW tarief van 21 % valt. Onbegrijpelijk. In mijn ogen is het zowel een dienst die in een eerste levensbehoefte voorziet als een dienst die ervoor zorgt dat men zich gaat ontwikkelen. Waar individuele hulp inmiddels op alle vlakken is vrijgesteld van BTW, blijft men blijkbaar denken dat relatietherapie een luxeartikel is. De praktijk wijst anders uit en dat weten we allemaal; stellen gaan uit elkaar, gezinnen vallen uit elkaar, met vaak veel strijd als gevolg, waar beide partners ernstig onder lijden en de kinderen vaak nog meer. Met daarnaast veel financiële schade en hoge kosten voor gezinnen en voor de maatschappij. Ook wanneer mensen niet uit elkaar gaan, is de schade vaak groot. Relatieproblemen hebben grote invloed op het functioneren van mensen, dit ebt door in alle levensgebieden. Men presteert niet goed op het werk, heeft vaak hulp voor zichzelf nodig, de kinderen zitten niet lekker in hun vel. En dit willen we allemaal wel ondersteunen door gezinsleden individueel hulp te bieden, vrijgesteld van BTW. Maar blijkbaar vinden we het een luxe wanneer stellen samen komen voor hulp, om er samen uit te komen. Hoe frustrerend!

Vooralsnog dus maar het advies aan alle echtparen om elkaar vaak een boeket bloemen te geven. Bedenk er dan bij dat het geen luxeartikel is, omdat je het doet met het doel je  relatie te redden en het je dus veel kosten op lange termijn zal besparen….

Hoe het leven je vormt

Hoe het leven je vormt

Met regelmaat blijkt dat mensen die langskomen voor gesprekken, of dat nu individueel is of samen met hun partner, eerder moeizame momenten in hun leven hebben gekend. En de mensen bij wie dit het meest het geval is, zijn vaak degene die een moeilijke start hebben gehad. Des te meer blijkt dat een veilige start, een stabiele, verbonden relatie met je ouders in je eerste jaren, een waardevol gegeven is. Wanneer je van jongs af aan hebt geleerd dat de wereld een veilige plek is, waarin je getroost kan worden, waarin je gevoelens worden gezien en waarin je wordt gerustgesteld, geeft dat je een zeer stevige basis in het leven. Je fundament is dan in orde. Latere ervaringen met tegenslag, teleurstelling en verlies zal je kunnen dragen, je hebt immers geleerd dat je hiervoor kunt terugvallen op belangrijke anderen om je heen.

Wanneer je echter al vroeg in je leven hebt geleerd dat de belangrijkste mensen in je leven niet goed zien wanneer jij verdriet hebt, wanneer achter je boosheid geen verdriet wordt gezien, wanneer je wordt genegeerd of afgekapt, leer je dat je niet kunt terugvallen op anderen. Dat je jezelf moet redden in het leven. Kinderen passen zich aan aan hun situatie en ontwikkelen strategieën om hiermee om te gaan. Je leert je eigen emoties niet voelen en kennen, de spanning die toch binnenin je oploopt, ga je op andere manieren kwijt zien te raken. Je wordt overmatig aanhankelijk aan de ander, of juist zeer zelfstandig en lost alles zelf op.

Het brengt mensen ver in het leven. Je past je optimaal aan aan de omstandigheden. Vaak komt er echter een dag dat die manier die je jezelf hebt aangeleerd, in de weg gaat zitten. Dat is het moment dat mensen hulp gaan zoeken. En gelukkig zijn mensen ook in hun volwassenheid flexibel en veerkrachtig. Je draagt mee wat je meedraagt en tegelijkertijd kun je keuzes maken in het leven. Zo’n keus kan zijn om te leren zien en erkennen wat je heeft gevormd in het leven en hoe jij daar zelf verder mee wilt gaan. Zodat het je ook daadwerkelijk verder brengt, in plaats van in de weg zit.

1 april; werkt humor in therapie?!

1 april; werkt humor in therapie?!

Ben je dit jaar ook weer voor de gek gehouden? Kinderen die je attenderen op de kikker in je bil, een bericht in het nieuws waar je toch even intrapte of een slechte grap van collega’s? Het deed me denken aan het gebruik van humor door de dag heen en dan vooral binnen de gesprekken die ik met mensen voer. Ik zou niet zonder kunnen!

Humor werkt als een ventiel voor spanning, is mijn ervaring. Door op een speelse manier met zaken om te gaan, ook te kunnen lachen om moeilijke dingen en door af en toe hard om jezelf te kunnen lachen, geef je jezelf en de ander ruimte. Ruimte om je even goed te voelen, op je gemak, om contact te maken samen, om meer te zijn dan de therapeut en de cliënt.

Daarnaast helpt humor mij vaak om een boodschap over te brengen die zich er minder goed voor leent om helemaal uitgelegd en uitgesproken te worden. Een kwinkslag of een metafoor kunnen dan het goede werk doen, de ander even op een ander been zetten, even uit evenwicht brengen. En wanneer de ander het anders oppakt of eraan voorbij gaat, is het ook prima. Dan is duidelijk dat het (nog) niet past.

Dit evenwicht is er voor mijzelf net zo goed. Humor kan bevrijdend werken, maar kan ook bedekken. Een sarcastische grap hier en daar kan goed werken, maar wanneer dit vaak gebeurt, kan het een manier worden om dingen af te houden. Dat is dan weer niet zo werkzaam in therapie. Het is dus zaak om ruimte te laten voor humor en humor te gebruiken voor het scheppen van ruimte en tegelijkertijd de grens te bewaken waarbij humor een schild wordt waarmee gevoelens worden afgeketst.

Op de humor dus, om de ruimte te ervaren. En op die ruimte, om het gevoel toe te laten.

 

Als niets vanzelf gaat met je kind

Als niets vanzelf gaat met je kind

Afgelopen weekend las ik het boek ‘Ik kan er net niet bij’ van Sander Verheijen. Hij beschrijft het verhaal van zijn gezin in de afgelopen jaren. Het boek raakte me zeer, niet in de laatste plaats omdat ik Sander, Jip, Willem en Maurits ken vanuit het revalidatiecentrum. Nooit heb ik zoveel respect gehad voor ouders als hier, op de vroegbehandeling van het revalidatiecentrum. Met eigen ogen zag ik wat het met ouders doet wanneer het leven van hun kind, de basale gezondheid van hun kind of de toekomstmogelijkheden van  hun kind op het spel staan. De wilskracht, de veerkracht, het uithoudingsvermogen, de moed en de flexibiliteit die ouders dan laten zien, is groter dan ze ook zelf voor mogelijk hadden gehouden. De roze of blauwe wolk die overwaait, de constante spanning, het steeds moeten vechten voor je kind, het ontzettende gedoe om alles ook nog praktisch geregeld te krijgen, de struggle om je werk te behouden, het aan niets anders toekomen dan het overeind houden van je gezin. Sander beschrijft het herkenbaar en toegankelijk. En hij neemt je mee in de andere kant, de kant van de liefde, die ervoor zorgt dat ouders altijd voor hun kinderen gaan en als een team samenwerken om hun gezin zo goed als mogelijk vorm te geven. En juist dat laatste maakt het boek zo fijn om te lezen. Eigenlijk gaat het over de liefde van ouders voor hun kinderen en over het plezier van bij elkaar zijn.

Voor een ieder die zelf een kind heeft waarbij niets vanzelf gaat maar vooral voor alle andere mensen die geen idee hebben van het leven van deze gezinnen, is het boek een aanrader.

Je telefoon de baas?

Je telefoon de baas?

Wie is bij jou de baas, je telefoon of jijzelf? Enerzijds is onze mobiele telefoon een handig en onmisbaar deel van ons leven geworden, anderzijds bezit het de kracht om ons weg te trekken uit ons dagelijkse leven. De telefoon gaat een steeds belangrijker ding worden in ons leven. Kon je er ooit mobiel mee bellen, wat al heel handig was, nu kun je ermee sms-en, appen, internetten, spelletjes doen, videobellen, tv kijken, bankieren, navigeren, reserveren, recenseren en niet te vergeten alle social media bijhouden. Al deze dingen maken ons leven steeds gemakkelijker en sneller. De tijd die we over houden, lijkt echter wel op te gaan aan datzelfde apparaat. Alle apps op je telefoon zijn erop ingesteld om je zo lang mogelijk betrokken te houden en om je zo snel mogelijk weer terug te krijgen. Je kent het gevoel vast; je pakt even je telefoon om iets te doen en een half uur later vind je jezelf achter je telefoon, bezig met iets anders dan wat je van plan was en je afvragend wat je ook alweer ging doen. Omdat alles op datzelfde apparaat zit en al die dingen zichzelf via dat apparaat nogal aan je opdringen. De meldingen vliegen je om de oren.

Heb je er last van, kost het je teveel tijd, ben je meer bezig met andere mensen dan met je eigen leven? Probeer jezelf er dan in te begrenzen. Maak afspraken met jezelf over hoe je omgaat met je telefoon. Stel meldingen bewust wel of niet in. Kies welke apps je op je telefoon wilt hebben. Leg je telefoon op vaste momenten weg. Leer jezelf aan dat je hem niet altijd bij je hoeft te hebben. Voor de komst van de mobiele telefoon konden we hele dagen op pad en onbereikbaar zijn. En eigenlijk ging dat altijd goed. We zijn dus niet onmisbaar. En als we niet posten wat we doen, bestaan we toch!